alles over stofwisselingsziekten

Wisselstof

Editie 1

Februari 2020

Vaste rubrieken

  • Voorlopig zijn we nog niet klaar

    Hanka

    <p><span style="color: rgb(255, 255, 255);">Hanka Dekker is oprichter en directeur van VKS. Zij heeft een volwassen zoon, Rick, met een s...
    • Column
    meer over Voorlopig zijn we nog niet klaar
  • Nieuws uit de wetenschap

    <p><strong>Een samenvatting van wat er de afgelopen weken aan (wetenschaps)nieuws uit de wereld van stofwisselingsziekten is gekomen. Hee...
    • Wetenschap
    meer over Nieuws uit de wetenschap
  • Zeilen op de wind van vandaag

    Clarissa te Riet

    <p>Het leven van Clarissa te Riet hing vanwege de ernstige stofwisselingsziekte primaire hyperoxalurie een aantal jaar geleden aan een zi...
    • Parels
    meer over Zeilen op de wind van vandaag
  • Nieuwe wegen

    Petra

    <p><strong style="color: rgb(76, 88, 101); background-color: rgb(255, 255, 255);">Petra is een creatieve duizendpoot. Ze heeft een studer...
    • Column
    meer over Nieuwe wegen
  • Advertorial Mediq Tefa

    <p><em>Advertorial -</em> <strong>Mediq Tefa maken het u graag gemakkelijk. Onze dienstverlening is persoonlijk, snel en precies zoals u ...
    meer over Advertorial Mediq Tefa
  • Een dikke digitale knuffel

    Inez

    <p><strong>Inez is moeder van vijf jongens. Ruben overleed onverwachts op tweejarige leeftijd aan een mitochondriële aandoening. Ook Max ...
    • Column
    meer over Een dikke digitale knuffel
  • VKS-weetjes

    <p><strong style="color: rgb(255, 255, 255);">Op deze pagina laten we u zien waar VKS en vrijwilligers zich voor inzetten. Wilt u iets de...
    • Werk in Uitvoering
    meer over VKS-weetjes
  • Ziekte onder de leden

    <p>Welke erfelijke stofwisselingsziekten heeft VKS onder de leden? En welke ziekte-informatie is bijgewerkt. U vindt het hier!</p>
    meer over Ziekte onder de leden
  • Als ik arts ben

    Fabian

    <p>Fabian Peeks is arts in spé en onderzoeker in het UMC Groningen. Hij doet met name onderzoek naar levergebonden glycogeenstapelingszie...
    • Column
    meer over Als ik arts ben

In deze editie

  • Samen optrekken om kwetsbare kinderen te steunen

    Interview met Marion Brands, fellow metabool kinderarts in het Amsterdam UMC, locatie AMC

    <p><strong style="color: rgb(31, 73, 125);">Marion Brands is kinderarts en sinds augustus 2018 in opleiding (fellow) voor het subspeciali...
    • Interview
    meer over Samen optrekken om kwetsbare kinderen te steunen
  • Loslaten en verantwoordelijkheid

    GSD 1a

    <p><strong>Over loslaten en verantwoordelijkheid, een gesprek met Diana en Arie over hun zoon Rens. Rens heeft glycogeenstapelingsziekte ...
    • Ervaringsverhaal
    meer over Loslaten en verantwoordelijkheid
  • Als je zorg kunt delen

    “Het Emma Thuisteam als vaste waarde van ons zorgteam”

    <p>Het Emma Thuisteam begeleidt gezinnen waarvan één of meerdere kinderen een levensbedreigende of een levensduurbeperkende aandoening he...
    • Ervaringsverhaal
    meer over Als je zorg kunt delen
  • Accepteren is een heel proces geweest

    Diagnose: X-gebonden adrenoleukodystrofie (ALD)

    <p><strong>In een rolstoel terechtkomen? Daar wilde Frank Sanders (46) uit Woerden lang niets van weten. Hij stopte het weg totdat het ni...
    • Ervaringsverhaal
    meer over Accepteren is een heel proces geweest
  • Bring your own patient

    Maakt van studenten geneeskunde een betere arts

    <p>Dat een erfelijke stofwisselingsziekte als mitochondriële myopathie je niet tegenhoudt een actief leven te leiden, bewijst Saskia (37)...
    • Ervaringsverhaal
    meer over Bring your own patient
  • Experiment gentherapie

    Lev, MPS3a

    <p><strong>Zoon Lev (2) van Jasmijn (28) en Martijn (29) heeft de ziekte van Sanfilippo, ook wel MPS 3a genoemd. Daar kwamen ze achter to...
    • Interview
    meer over Experiment gentherapie

Wetenschapsnieuws

Een samenvatting van wat er de afgelopen weken aan (wetenschaps)nieuws uit de wereld van stofwisselingsziekten is gekomen. Heeft u (als arts of onderzoeker) ook nieuws uit de wetenschap, laat het ons weten. Mail naar wisselstof@stofwisselingsziekten.nl. 

De complicaties en behandelmogelijkheden voor PA en MMA in kaart gebracht

In de afgelopen decennia heeft vooruitgang in de klinische zorg voor patiënten met propionacidemie (PA) en methylmalonacidemie (MMA) gezorgd voor een verbeterde overleving. Deze vooruitgang kon worden geboekt door nieuwe inzichten in hoe in deze ziekten het foutje in het eiwit leidt tot klachten.

Door de ontdekking in de jaren 60 dat beide ziekten worden veroorzaakt door een enzymtekort bij de afbraak van de aminozuren isoleucine, valine, methionine en threonine kon er behandeling met een eiwitbeperkt dieet worden ingesteld. In de jaren 80 werd ontdekt dat extra vitamine B12 het enzymtekort bij MMA kan verminderen en dat extra carnitine helpt bij het opruimen van schadelijke stoffen die in PA en MMA worden geproduceerd. Met deze therapieën – en verbetering in de klinische zorg – kunnen patiënten nu de volwassen leeftijd bereiken.

Maar daarmee is de ziekte helaas niet onder controle. Er treden vaak plotseling zeer ernstige complicaties op, zoals hartfalen, nierfalen of blindheid. Met de beschikbare therapieën kunnen deze complicaties nog niet worden voorkomen of behandeld. Dit heeft uiteraard effect op de kwaliteit van leven. De behandeling moet dus verder worden verbeterd.

De onderzoekers wilden hieraan bijdragen door alle tot nu toe opgeschreven inzichten over het ontstaan van deze complicaties samen te vatten. Ze hebben voor zowel PA als MMA geïnventariseerd welke complicaties vaak voorkomen en welke zelden. Voor elk van deze complicaties hebben ze gekeken wat er tot nu toe bekend is geworden over het ontstaan ervan, bijvoorbeeld uit studies op weefsel van patiënten, uit weefsel van diermodellen met PA en MMA, of uit celmodellen die PA of MMA nabootsen. Het bleek dat bij veel complicaties het falen van de energiefabriek van de cel, het mitochondrion, een rol speelt. De onderzoekers hebben vervolgens onderzocht hoe vaak de complicaties ook voorkomen in andere mitochondriële ziekten. Dat zou een mitochondriële oorzaak van de complicatie verder ondersteunen. Zo konden ze voor veel complicaties het zeer waarschijnlijk maken dat het mitochondrion inderdaad belangrijk is in het ontstaan van de complicatie.

Met het ontstaansmechanisme van de meeste complicaties in PA en MMA in gedachten, hebben de onderzoekers alle behandelstrategieën in PA en MMA geëvalueerd. Ze konden twee hoofddoelen onderscheiden: aan de ene kant het verlagen van de hoeveelheid schadelijke stoffen die ophopen in PA en MMA, en aan de andere kant het voorkomen of behandelen van het falen van het mitochondrion. De onderzoekers hebben een overzicht gemaakt van alle bestaande behandelingen en alle experimentele behandelingen en ze hebben opgeschreven wat mogelijke, nog niet onderzochte behandelingen zouden kunnen zijn.

Van alle bestaande behandelingen om schadelijke stoffen te verminderen wordt aangenomen dat ze effectief zijn, maar de onderbouwing met wetenschappelijk onderzoek is niet voor elke behandeling even goed. Hierdoor is er voor sommige algemeen geaccepteerde behandelingen nog steeds discussie over de effectiviteit. Bovendien zijn de consequenties van een behandeling op de lange termijn niet altijd bekend. De meest veelbelovende experimentele behandelingen zijn gericht op het verbeteren van de enzymactiviteit, door bijvoorbeeld gen-, mRNA- en enzymvervangingstherapie. Omdat er door een hogere enzymactiviteit veel minder schadelijke stoffen ophopen, zouden deze behandelingen kunnen leiden tot minder mitochondriële complicaties. Bovendien zouden er minder complicaties ontstaan door het strenge eiwitbeperkte dieet, omdat het dieet dan minder strikt zou kunnen worden aangehouden. Deze behandelingen zijn helaas nu nog niet beschikbaar voor patiënten.

De onderzoekers zetten niet alleen duidelijk op een rijtje wat er nu bekend is over het ontstaan van de complicaties en over de beschikbare behandelingen, ze maken ook duidelijk wat er nog niet bekend is. Zo is het nog steeds niet bekend welke complicatie wanneer bij welke patiënt kan optreden. Deze kennis is wel nodig, om te bepalen wanneer een behandeling ingezet moet worden, en tot in welke weefsels de medicatie moet kunnen doordringen om het gewenste effect te hebben. Want juist het beschikbaar maken van enzymactiviteit in het juiste weefsel, op het juiste moment, is een van de grootste uitdagingen van gen-, mRNA- en enzymvervangingstherapie. Het verdere onderzoek naar een verbeterde behandeling om complicaties te voorkomen en daarmee kwaliteit van leven van PA en MMA patiënten te verbeteren, zal zich hier de komende tijd op moeten richten.

Bron: DOI: 10.1002/jimd.12128 en DOI: 10.1002/jimd.12129

Onderzoek naar de effectiviteit van weesgeneesmiddelen in het dagelijks leven

Weesgeneesmiddelen worden vaak toegelaten op basis van resultaten uit belangrijk onderzoek. Maar de criteria waar deze studies aan moeten voldoen zijn niet altijd van hoge kwaliteit. Zo bleek uit onderzoek dat laronidase verbetering geeft van een aantal labwaarden en lichamelijke afwijkingen. Laronidase is een weesgeneesmiddel dat wordt gebruikt bij de behandeling van mucopolysaccharidose I (MPS I). Maar of de patiënt er in het dagelijks leven ook baat bij heeft, staat niet vast. Die vraag wilden onderzoekers uit het Amsterdam UMC graag beantwoorden.

Deze onderzoekers hebben een systematische literatuurstudie gedaan. Ze hebben gezocht naar het effect van enzymvervangingstherapie, waaronder laronidase, op belangrijke meetbare resultaten bij MPS I. Daarbij gebruikten ze gegevens uit studies die waren uitgevoerd nadat het middel op de markt was gebracht. Aan deze studies deden ook patiënten met MPS I mee. Van tevoren waren er 19 belangrijke meetbare resultaten die relevant zijn voor het dagelijks leven vastgesteld waarnaar werd gekeken. Om de resultaten goed te kunnen beoordelen, werd er gekeken naar de situatie voor en na de behandeling.

De meetbare resultaten konden op drie verschillende manieren worden beoordeeld: de behandeling zorgde ervoor dat de klachten verminderden (A); de behandeling zorgde ervoor dat de klachten hetzelfde bleven (B); of de behandeling faalde (C). Dat betekent dat de klachten ondanks de behandeling verergerden.

De gegevens van deelnemers uit 20 onderzoeken zijn verzameld. Vier van de 19 meetbare resultaten voldeden aan de criteria die lieten zien dat de klachten verminderden (A); 5 van de 19 meetbare resultaten voldeden aan de criteria die lieten zien dat het effect van de behandeling niet duidelijk was (B). Een van de 19 meetbare resultaten kon niet worden beoordeeld en de overige 9 meetbare resultaten konden verschillend worden beoordeeld.

Laronidase is al 15 jaar beschikbaar. Maar zelfs met de gegevens over het gebruik die er inmiddels zijn, is het heel moeilijk om de effectiviteit van het middel in het dagelijks leven vast te stellen. Voor een deel komt dit doordat er niet genoeg gegevens beschikbaar zijn. De onderzoekers bevelen daarom aan om de toestemming voor het op de markt te brengen van een weesgeneesmiddel niet zonder grondig onafhankelijk onderzoek te laten plaatsvinden. Uit dat onderzoek zullen duidelijke conclusies naar voren moeten komen.

Bron: DOI: 10.1002/jimd.12103