alles over stofwisselingsziekten

Wisselstof

Editie 2

Juni 2021

Vaste rubrieken

  • Column Hanka

    Hanka

    <p><span style="color: rgb(255, 255, 255); background-color: rgb(255, 255, 255);">Hanka Dekker is oprichter en directeur van VKS. Zij hee...
    • Column
    meer over Column Hanka
  • Nieuws uit de wetenschap

    <p><strong style="color: rgb(76, 88, 101);">Een samenvatting van wat er de afgelopen weken aan (wetenschaps)nieuws uit de wereld van stof...
    • Wetenschap
    meer over Nieuws uit de wetenschap
  • Column Petra

    Petra

    <p><strong style="color: rgb(76, 88, 101); background-color: rgb(255, 255, 255);">Petra is een creatieve duizendpoot. Ze heeft een studer...
    • Column
    meer over Column Petra
  • Werk in uitvoering

    <p><strong style="color: rgb(255, 255, 255);">Op deze pagina laten we u zien waar VKS en vrijwilligers zich voor inzetten. Wilt u iets de...
    meer over Werk in uitvoering
  • Ziekte onder de leden

    <p><span style="color: rgb(255, 255, 255); background-color: rgb(255, 255, 255);">Welke erfelijke stofwisselingsziekten heeft VKS onder d...
    meer over Ziekte onder de leden
  • In memoriam

    <p>Een kind, partner of kleinkind moeten verliezen aan een stofwisselingsziekte doet veel verdriet. Onze gedachten en condoleances gaan u...
    meer over In memoriam

In deze editie

  • Metachromatische leukodystrofie

    Metachromatische leukodystrofie (arylsulfatase A)

    <p><strong>Paula (62) en haar man Adri (66) uit Schipluiden hebben lang geworsteld om de juiste zorg te vinden voor hun zwaar gehandicapt...
    • Ervaringsverhaal
    meer over Metachromatische leukodystrofie
  • Syndroom van Alpers (POLG1)

    Syndroom van Alpers (POLG1)

    <p><strong>De familie Moll plantte afgelopen maart een boom bij de Herdenkingsdijk in Heinkenszand voor hun overleden dochter Manouk. Zij...
    • Ervaringsverhaal
    meer over Syndroom van Alpers (POLG1)
  • Phenylketonuria (PKU)

    David Abeln

    <p>Je kinderen loslaten is zwaar. Al helemaal wanneer je gewend bent om constant op hen te moeten letten vanwege hun stofwisselingsziekte...
    • Ervaringsverhaal
    meer over Phenylketonuria (PKU)
  • Interview met Barbara Sjouke

    Zorg voor volwassenen met een erfelijke stofwisselingsziekte

    <p><strong>Barbara Sjouke</strong> is internist in opleiding in het Amsterdam UMC, locatie AMC. Sinds mei 2019 is zij daar werkzaam op de...
    • Interview
    meer over Interview met Barbara Sjouke
  • Gastcolumn Paul in den Bosch

    Paul in den Bosch, Energy4All

    <p>Samenwerken, we weten allemaal hoe belangrijk dit is. Sinds meer dan een jaar maakt VKS deel uit van de Metabole Community waarbij we ...
    • Column
    meer over Gastcolumn Paul in den Bosch
  • Mooi Leven Huis

    Paul van Dalfsen en Co de Gooyer

    <p><strong>Wie ouder is van een kind met een intensieve zorgvraag weet hoe lastig het is om de juiste zorg te vinden. Toch gaan Paul van ...
    • Interview
    meer over Mooi Leven Huis
  • In liefde loslaten

    Metachromatische Leukodystrofie

    <p>In 2016 trof, zoals Suzanne van der Laan het op de homepage van haar website schrijft, een orkaan haar gezin. In dat jaar krijgt haar ...
    meer over In liefde loslaten

Zorg voor volwassenen met een erfelijke stofwisselingsziekte

Blik op de toekomst

Barbara Sjouke is internist in opleiding in het Amsterdam UMC, locatie AMC. Sinds mei 2019 is zij daar werkzaam op de afdeling voor volwassenen met erfelijke stofwisselingsziekten. Na haar afstuderen in 2011 begon ze met onderzoek naar erfelijke vormen van hypercholesterolemie op de afdeling vasculaire geneeskunde van het AMC, wat resulteerde in een proefschrift met de titel Extreme Phenotypes in Hypercholesterolemia: From Genotype to Therapy.

De interesse voor erfelijke stofwisselingsziekten ontstond tijdens haar promotieonderzoek. Zij is de eerste internist in opleiding die zich als fellow toelegt op dit specialisme. Daarbij richt ze zich met name op de lysosomale stapelingsziekten. Naast haar klinische werkzaamheden onderzoekt zij onder andere het cholesterolmetabolisme en biomarkers om de ziekte-ernst in kaart te brengen. Uiteindelijk hoopt ze hierdoor met de komst van behandelmogelijkheden voor bijvoorbeeld Niemann Pick A en B (ASMD) ook het effect van therapie te kunnen monitoren.

Hoog cholesterol en lysosomale stapelingsziekten

Na je studie begon je met onderzoek naar hypercholesterolemie en vervolgens ging je promotieonderzoek doen in dezelfde richting. Is de belangstelling voor de vetstofwisseling toevallig op je pad gekomen? Want nu je je verder specialiseert op het gebied van de stofwisselingsziekten is het ook weer het cholesterolmetabolisme waar je onderzoek naar doet.

Dat was inderdaad niet toevallig. Tijdens mijn promotieonderzoek deed ik onderzoek naar hoog cholesterol en de genetische oorzaken daarvan. Met het team waarin ik werkte, waren we op zoek naar nieuwe genetische oorzaken van hoog cholesterol. Ik kwam daarbij in aanraking met een familie bij wie het hoge cholesterol veroorzaakt bleek te worden door een lysosomale stapelingsziekte. Omdat de patiënten uit deze familie verder geen klachten of problemen hadden die aan de ziekte deden denken, werd er aanvankelijk niet aan een lysosomale stapelingsziekte als oorzaak van het hoge cholesterol gedacht. Toen ze dit wél bleken te hebben, vonden we dus geen nieuwe ziektevariant maar wel een nieuwe uitingsvorm van een bekende ziekte. Dat vind ik interessant.

Voor kinderen met een metabole ziekte die vaak al op jonge leeftijd ernstige klachten hebben is de aandacht vanzelfsprekend. In de zorg voor volwassen patiënten met een metabole ziekte komen er soms pas later nieuwe of minder uitgesproken maar daardoor niet minder erge ziekte-uitingen aan het licht. Dat komt deels doordat er steeds meer diagnostiek wordt gedaan en deels doordat onderzoekstechnieken verbeteren. Daarnaast weten we van screeningsprogramma’s voor bijvoorbeeld erfelijk hoog cholesterol dat er mildere ziektevormen worden gevonden als daarop wordt gescreend. Ook hebben we van de hielprik voor primaire carnitinedeficiëntie geleerd dat er soms moeders worden gediagnosticeerd die geen of weinig klachten hebben maar wel drager blijken te zijn van veranderingen in het erfelijk materiaal. De kunst is om te proberen vast te stellen welke mensen risico lopen op het ook daadwerkelijk ontwikkelen van problemen. Zo kunnen we hen op tijd behandelen maar belasten we mensen niet met onnodige controles en/of behandeling.

Doordat er steeds meer diagnostiek wordt gedaan met betere onderzoekstechnieken, komen er nieuwe ziekte-uitingen aan het licht. Daardoor groeit de behoefte aan specialisten die zorg kunnen geven aan volwassen patiënten met een metabole ziekte.

Specialisatie binnen de opleiding interne geneeskunde

Jij bent fellow bij de interne geneeskunde en doet je specialisatie naar stofwisselingsziekten binnen de opleiding tot internist. Dat komt bij de kindergeneeskunde vaker voor maar bij de interne geneeskunde niet tot vrijwel niet. Heb je daar een verklaring voor?

Van oudsher was dat bij allebei hetzelfde: eerst werd je kinderarts of internist en daarna specialiseerde je je verder in een bepaalde richting. Door de jaren heen is die specialisatie (fellowship) bij de interne geneeskunde een onderdeel van de opleiding geworden. Dat internisten in opleiding zich specialiseren in een bepaald vakgebied is dus heel gebruikelijk. Alleen was het tot nu toe niet mogelijk om je binnen de opleiding interne geneeskunde te specialiseren in de richting van de erfelijke metabole ziekten – in tegenstelling tot de kindergeneeskunde waar dat veel gebruikelijker is.

Ik ben de eerste die binnen de interne geneeskunde een formeel fellowship erfelijke metabole ziekten volgt. Het opleidingsplan wordt op dit moment landelijk vastgelegd en dan zullen er in andere centra ook internisten in deze richting worden opgeleid. Want de behoefte aan specialisten die zorg kunnen leveren aan volwassen patiënten met een erfelijke metabole ziekte groeit: de patiëntenaantallen nemen toe, enerzijds doordat er meer diagnoses worden gesteld op de volwassen leeftijd en anderzijds doordat kinderen de volwassen leeftijd bereiken. Hierbij spelen ook de toenemende mogelijkheden tot behandeling een rol. Zelf vind ik het mooi dat ik al tijdens mijn opleiding over deze ziekten kan leren en het geleerde in de praktijk kan brengen.

Focusgroeponderzoek

Je houdt je bezig met patiëntenzorg en onderzoek. Kan je iets vertellen over het onderzoek waar je je op dit moment (vooral) mee bezighoudt? Waar richt jouw onderzoek zich op?

Ik doe onderzoek op verschillende terreinen. Recent hebben we bijvoorbeeld focusgroeponderzoek gedaan bij patiënten met verschillende vormen van lysosomale stapelingsziekten. We willen graag van patiënten horen wat hun visie is ten aanzien van het al dan niet ontvangen van gentherapie in de toekomst. Er wordt veel onderzoek gedaan naar nieuwe behandelmogelijkheden en voor Gaucher, Fabry en mucopolysacharidose type 3 (MPS III) is er nu gentherapie in ontwikkeling. Omdat wij als centrum gevraagd worden om mee te doen aan studies willen wij eerst heel graag van patiënten weten of zij daar – als ze daarvoor in aanmerking komen – aan mee zouden willen doen en welke afwegingen zij daarbij maken. Want je kunt als arts wel bedenken waar patiënten behoefte aan hebben en je hoopt natuurlijk dat dat enigszins klopt, maar je komt er alleen maar achter door het met henzelf te bespreken.

Het is mooi om samen met patiënten in kaart te brengen wat hun overwegingen zijn. Het blijkt bijvoorbeeld niet automatisch zo te zijn dat patiënten die al een goede behandeling krijgen automatisch voor de veilige weg kiezen. Dat is individueel heel verschillend. Maar het is wel een glijdende schaal. Je ziet dat de risicobereidheid wat groter is als er minder alternatieve behandelingsmogelijkheden zijn. We gaan dit nog verder uitwerken met vragenlijsten zodat we beter kunnen kwantificeren waar de balans precies ligt, hoeveel risico mensen bereid zijn te nemen.

Je kunt als arts wel bedenken waar patiënten behoefte aan hebben maar je komt er alleen achter door het met henzelf te bespreken.

Gentherapie, hoog cholesterol en biomarkers

Hoe ver is het inmiddels met de ontwikkeling van gentherapie?

Het onderzoek naar gentherapie is al heel lang bezig maar de ontwikkelingen gaan nu wel snel. Bij alle drie de ziekten die ik noemde (Gaucher, Fabry en MPS III) en ook bij andere (metabole) ziekten worden er al studies met gentherapie in mensen gedaan. Er zijn grofweg twee vormen van gentherapie in ontwikkeling: de zogenaamde in vivo-vorm waarbij het stukje erfelijk materiaal dat bij de patiënt ontbreekt in het lichaam in de cellen van de patiënt wordt ingebracht, en de zogenaamde ex vivo-vorm waarbij het stukje erfelijk materiaal dat bij de patiënt ontbreekt in het laboratorium in de cellen van de patiënt wordt ingebracht. Deze cellen worden vervolgens aan patiënten teruggegeven.

Hoe ver de ontwikkeling van deze vormen van gentherapie is, verschilt per ziekte: er moet per ziekte worden gekeken of het werkt, of het leidt tot voldoende enzym en of de doelorganen in voldoende mate worden bereikt.

En ben je nog met ander onderzoek bezig?

We doen onderzoek naar hoe de cholesterolhuishouding bij patiënten met verschillende lysosomale stapelingsziekten werkt. Dat sluit aan bij mijn achtergrond, het onderzoek naar erfelijke vormen van hoog cholesterol. We zien dat patiënten met erfelijke stofwisselingsziekten vaak veranderde cholesterolwaarden in het bloed hebben. We proberen te begrijpen hoe dat precies komt zodat we dit hopelijk in de toekomst ook gericht kunnen behandelen.

We zoeken ook naar biomarkers. In de nabije toekomst komt er bijvoorbeeld voor ASMD enzymtherapie beschikbaar. Dat is tot nu toe in studieverband aan enkele patiënten gegeven maar het is nog niet op de markt. Als dat gaat gebeuren, zijn er veel vragen die je kunt stellen. Bijvoorbeeld wat een goed moment is om de therapie te starten, welke patiënten op welk moment baat zullen hebben bij de therapie en hoe we het effect van de therapie het best in de gaten kunnen houden. We zoeken naar biomarkers die daarbij zouden kunnen helpen.

Veel samenwerking

In vergelijking met je eerdere onderzoek: zijn er specifieke zaken bij stofwisselingsziekten waar je tegenaan loopt, die je niet wist, waardoor je bent verrast?

Ik merk vooral dat dingen steeds meer op zijn plek vallen. Een van de redenen waarom ik voor de interne geneeskunde heb gekozen is dat het vakgebied aan de ene kant heel breed is, maar dat je aan de andere kant met de diverse ziektebeelden heel veel diepgang weet te bereiken en dat is bij de stofwisselingsziekten zeker het geval. Daarnaast vind ik het heel leuk om samen te werken met heel veel specialismen zoals de klinische genetica, de kindergeneeskunde, het laboratorium en de diëtetiek en soms de gynaecologie en dat zie je in het onderzoek ook terug. Dus naarmate ik er langer en meer mee bezig ben hoe meer er op mijn pad komt waar ik enthousiast over word.

Ik vind de combinatie onderzoek en patiëntenzorg heel leuk. Wij zijn vaak aanspreekpunt van de patiënten; ze kloppen toch vaak bij ons aan omdat er veel onbekendheid is over hun ziekte en ik vind het fijn om er dan veel van te weten. Als ik iets niet weet zoek ik het op. Op die manier ben je continu aan het leren en daar geniet ik van.

Niet alleen kinderen

Je noemde net al de onbekendheid over metabole ziekten, ook bij artsen in de eerstelijnszorg. Heb je het gevoel dat dat iets beter wordt?

Ja, er is in het algemeen wel wat meer bekendheid. Maar ik merk nog steeds dat er vaak wordt gedacht dat deze ziekten heel erg zeldzaam zijn en kinderen betreffen. Het zijn natuurlijk ook zeldzame ziekten, maar er zijn er wel heel veel. En alles bij elkaar heb je het dan toch over een behoorlijke patiëntengroep die niet alleen uit kinderen bestaat maar ook uit volwassenen. Dus ja, er is meer bekendheid, maar het mag nog wel meer en beter wat mij betreft.

Bundeling in expertisecentra

Dat maakt de zorg natuurlijk ook zo ingewikkeld, al die verschillende vaak heel zeldzame ziektebeelden met per ziekte maar een enkele patiënt. Hoe wordt daarop ingespeeld?

Het mooie is dat de ziektebeelden in Nederland zijn verdeeld over de verschillende expertisecentra wat het mogelijk maakt om de patiëntenaantallen te bundelen. Zo kan je meer voor patiënten betekenen zoals bijdragen aan de ontwikkeling van nieuwe therapieën. Om iets te bereiken, heb je nou eenmaal mensen nodig. En door die bundeling kan je ervaring opdoen, leren wat er speelt en verder onderzoek doen. Door de bundeling van patiënten in de expertisecentra kan je dat beter bereiken.

Door Petra Hollak